Vervallen vakantierechten

In de wet is geregeld dat een werknemer jaarlijks recht heeft op minimaal viermaal de overeengekomen arbeidsduur per week aan vakantiedagen. Dit zijn de zogenaamde wettelijke vakantiedagen. Een werknemer met een vijfdaagse werkweek heeft dus recht op 20 wettelijke vakantiedagen per jaar. Eventuele extra vakantiedagen waarop een werknemer op grond van de cao of de arbeidsovereenkomst recht heeft, worden aangemerkt als bovenwettelijke vakantiedagen.

Omdat de wetgever het belangrijk vindt dat werknemers vakantie opnemen, is de hoofdregel dat wettelijke vakantiedagen zes maanden na afloop van het kalenderjaar van opbouw vervallen. Dit betekent dat eventuele resterende wettelijke vakantiedagen van het jaar 2019 per 1 juli 2020 vervallen. Op deze regel gelden een aantal uitzonderingen:

  • Bij cao of individuele arbeidsovereenkomst kunnen werkgever en werknemer een verlengde vervaltermijn overeengekomen zijn (verkorting is dus niet toegestaan).
  • De vervaltermijn van 6 maanden wordt omgezet in een verjaartermijn van 5 jaar indien de werknemer redelijkerwijs niet in staat was om zijn vakantiedagen op te nemen. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als een werknemer volledig arbeidsongeschiktheid is en er geen re-integratiemogelijkheden zijn.

Daarnaast is uit uitspraken van het Hof van Justitie gebleken dat de werkgever een vergaande inspanningsverplichting heeft om de werknemer daadwerkelijk vakantie op te laten nemen. Dit betekent dat de werkgever de werknemer moet stimuleren om zijn wettelijke vakantiedagen op te nemen en hem tijdig moet laten weten dat niet opgenomen wettelijke vakantiedagen op 1 juli komen te vervallen zodat de werknemer nog voldoende tijd heeft om dagen op te nemen. Aangezien de bewijslast bij de werkgever ligt, adviseren wij om dit schriftelijk te doen.

Bovenwettelijke vakantiedagen verjaren 5 jaar na het jaar waarin ze zijn opgebouwd, de bovenwettelijke dagen die in 2019 zijn opgebouwd verjaren dus op 1 januari 2025.

Bron: Mon, 08 Jun 2020 08:21:34 +0100